Struisgras (Agrostis) is een laagblijvend, fijnbladig gras dat zich via uitlopers of wortelstokken razendsnel verspreidt in gazons waar de concurrentie van andere grassen even verzwakt. Het duikt op als een zachte, vaak wat blekerige mat die tussen je reguliere gazon in kruipt. Je kunt het niet zomaar wegtrekken of wegspuiten: de enige manier om er blijvend van af te komen is je gazon sterker maken dan het struisgras. Dat doe je met verticutten of beluchten, doorzaaien met stevig gazonzaad, en een gerichte bemestings- en pH-aanpak. Hieronder leg ik je precies uit hoe. Een andere plek waar je het vaak terugziet is de borderrand, omdat daar meestal meer verstoring en wisselende groeiomstandigheden zijn borderrand gazon.
Struisgras gazon: herken, bestrijd en voorkom terugkeer
Wat is struisgras en hoe herken je het in je gazon

Struisgras is een verzamelnaam voor grassen uit het geslacht Agrostis. In Nederlandse gazons kom je er vooral twee tegen: gewoon struisgras (Agrostis capillaris) en wit struisgras, ook wel fioringras of kruipend bent grass (Agrostis stolonifera). Een derde soort, kruipend struisgras (Agrostis canina), zie je minder vaak in hobbygazons maar komt wel voor.
Gewoon struisgras herken je in de zomer aan een open, waaierachtige pluim met heel veel kleine, éénbloemige aartjes. Het heeft ondergrondse wortelstokken waarmee het zich langzaam maar zeker uitbreidt. Wit struisgras (fioringras) maakt lange bovengrondse uitlopers, stolonen, die op elk knoop kunnen wortelen. Die stolonen liggen zichtbaar op het gazon en vormen een dichte, viltachtige mat wanneer ze dicht op elkaar groeien. De bloei van beide soorten valt tussen juni en augustus, dat is dus nu de periode om ze goed te spotten.
In een hobbygazon zie je struisgras het vaakst als een iets lichtere, fijnere en wat slappere plek die afwijkt van de rest. Het blad is smaller dan dat van veldbeemdgras of rietzwenkgras en de structuur oogt zachter, bijna fluweelachtig. Na maaien veer het minder goed op dan stevige gazongrassen. Als je de graspollen wat opzijschuift, zie je de stolonen of wortelstokken. Dat is het kenmerkende onderscheid met mos of straatgras (Poa annua), die geen uitlopers op die manier vormen.
Waarom struisgras groeit: bodem, licht, maaien en bemesting
Struisgras wint terrein wanneer de omstandigheden voor je gewenste gazongrassen net niet optimaal zijn. Het is een opportunist. De vier belangrijkste redenen waarom het in Nederlandse tuinen de kop opsteekt zijn verdichte bodem, een verkeerde maaihoogte, onbalans in bemesting en een te lage of te hoge pH.
- Verdichte bodem: op kleiachtige of platgetreden grond komt zuurstof slecht bij de wortels. Struisgras tolereert dat beter dan de meeste gazongrassoorten. Dit is in Nederland een veelvoorkomend probleem, zeker op zwaardere klei- en zavelgronden in het westen en noorden.
- Te laag maaien: zodra je onder de 4 cm maait, geef je struisgras een voordeel. Het is van nature een laagblijvend gras en profiteert van korte maaigewoonten. Fioringras werd niet voor niets geteeld voor golfgreens waar extreem kort gemaaid wordt.
- Onbalans in stikstof: te weinig stikstof maakt het gazon schraal en geeft struisgras ruimte. Te veel stikstof in één keer, of laat in het seizoen gegeven, kan het gazon verzwakken en vatbaar maken voor problemen. Struisgras overleeft schrale omstandigheden beter dan bijvoorbeeld roodzwenkgras.
- pH buiten de optimale range: gazongras doet het best bij een pH van 6,0 tot 6,5. Onder de 5,5 neemt de concurrentiekracht van struisgras toe en die van de gewenste soorten af. Veel Nederlandse tuinen, zeker op zandgrond in Brabant en Gelderland, zijn van nature wat zuurder.
- Kale plekken door gebruik, ziekte of droogte: struisgras koloniseert open plekken via zijn uitlopers razendsnel. Zodra er een kaal stuk valt, zit het struisgras er eerder dan jij nieuw zaad hebt ingezaaid.
Het vergelijkbare principe geldt overigens voor andere probleemgrassen en -planten in gazons. Wie een schraal gazon heeft, kent dit patroon goed: de gewenste grasmat wordt dun en alles wat beter met armoede of stress omgaat, neemt de ruimte over.
Snel stappenplan: wat je vandaag kunt doen
We zitten nu eind juni 2026. De timing is niet ideaal voor alle maatregelen, maar er zijn concrete dingen die je nu direct kunt doen en dingen die je plant voor het vroege najaar. De WUR ‘Grasgids 2021’ beschrijft daarnaast hoe gazonsamenstellingen en de juiste graskeuze het competitiesucces van ongewenste soorten zoals struisgras kunnen beïnvloeden, afhankelijk van gebruik en bodemomstandigheden De timing is niet ideaal voor alle maatregelen, maar er zijn concrete dingen die je nu direct kunt doen.
- Stel de maaierhoogte nu in op minimaal 4 tot 5 cm. Dit is de snelste en gemakkelijkste maatregel. Door hoger te maaien geef je je gewenste gazongrassen meer bladoppervlak en daarmee meer concurrentievermogen. Struisgras profiteert van korte maaigewoonten, dus pak dat voordeel terug.
- Stop met te frequent maaien. In droge periodes in de zomer hoef je soms maar één keer in de twee weken te maaien. Iedere keer maaien betekent stress voor het gazon en kansen voor struisgras.
- Markeer de aangetaste plekken. Loop nu je gazon door en let op de lichtere, fijnere matten met stolonen. Noteer of de aangetaste plekken ook de plekken zijn met de meeste verdichting of schaduw.
- Doe een pH-bodemtest. Koop een eenvoudige bodemtestset bij een tuincentrum of bouwmarkt. Meet de pH op de aangetaste plekken. Ligt die onder de 5,8, dan is bekalken in september een prioriteit.
- Geef nu geen zware stikstofbemesting meer. In juni is het te warm en te droog voor een volledige najaarsbemesting, maar als je gazon duidelijk schraal staat, kun je een lichte dosering langzaamwerkende organische meststof geven, maximaal 15 tot 20 gram per vierkante meter.
- Plan verticutten en doorzaaien voor september. Dat is verreweg de beste timing voor blijvend herstel in Nederland.
Gazon herstellen: beluchten, verticutten, bijzaaien en beheer van groei

Verticutten en beluchten zijn de twee werkpaarden van gazonherstel. Ze zijn niet hetzelfde, en de volgorde en timing maken echt verschil. Verticutten snijdt het aanwezige vilt, mos en de horizontale uitlopers van struisgras door. Beluchten prikt gaten in een verdichte bodem zodat water, lucht en voedingsstoffen dieper kunnen doordringen. Voor struisgrasbestrijding is verticutten de meer directe maatregel.
Wanneer verticutten en beluchten in Nederland
De beste timing voor beide maatregelen is vroeg voorjaar (half maart tot eind april) of vroeg najaar (begin september tot half oktober). In het voorjaar is het gras in volle groei en herstelt het snel. In het najaar werkt het ook uitstekend en is de kans op droogte kleiner, wat bijzaaien gemakkelijker maakt. Ik geef de voorkeur aan september voor wie struisgras wil aanpakken: de temperatuur is aangenaam voor grasontkieming (15 tot 20 graden), er is meestal meer neerslag en je hebt twee maanden groeiweek voor de winter invalt.
Verticut maximaal één tot twee keer per jaar. Meer dan dat stresseert het gazon onnodig. Na het verticutten ziet je gazon er tijdelijk rommelig uit, met losse materiaalresten en strepen: dat is normaal. Hark het materiaal goed af en gooi het bij het grof vuil, niet op de composthoop, want daarin zitten de stolonen van het struisgras die anders opnieuw kunnen ontkiemen.
Doorzaaien na verticutten: zo doe je het goed

Direct na het verticutten zaai je bij met een gazonmengsel dat goed concurreert met struisgras. Tuinintopvorm.nl beschrijft daarbij dat je bij open plekken direct na het verticutteren doorzaait met geschikt graszaad, zodat dit “verticuteren → doorzaaien” principe de kale plekken snel vult Direct na het verticutten zaai je bij met een gazonmengsel. Vormt zwenkgras ook een deel van je gazonmengsel, dan helpt dat om het struisgras duurzaam terug te dringen. Kies een mengsel met roodzwenkgras (Festuca rubra) en veldbeemdgras (Poa pratensis) als basis, afhankelijk van de gebruiksintensiteit van je gazon. Veldbeemdgras is iets taaier bij intensief gebruik. Gebruik een zaaidichtheid van 15 tot 30 gram per vierkante meter voor bijzaaien op open plekken, iets minder op al begroeide delen. Houd de nieuwgezaaide plekken de eerste twee tot drie weken vochtig, dat is de kritieke periode voor ontkieming.
Let op: zaai geen graszaadmengsels met grote hoeveelheden struisgraszaad zelf. Sommige goedkope gazonmengsels bevatten Agrostis-soorten omdat ze snel ontkiemen en een dicht oogje geven, maar op de langere termijn werk je dan jezelf tegen. Lees de etiketinformatie goed.
Beluchten: wanneer is het nodig
Beluchten (prikrollen of bezanden) voeg je toe als de bodem echt verdicht is, wat je herkent aan plasvorming na regen, moeilijk inbrengen van een schroevendraaier of pennen, of zichtbaar slecht groeiende grasmat op betreden plekken. In de praktijk is een gecombineerde aanpak effectiever: eerst verticutten (eind augustus/begin september), een week of twee later beluchten en zand inbrengen in de gaatjes, en daarna doorzaaien. Dat geeft de beste openingsstructuur voor nieuwe wortels.
Bemestings- en pH-aanpak voor blijvende onderdrukking

Struisgras onderdruk je op de lange termijn niet met verticutten alleen. Je gazon moet voedingskundig sterk staan zodat de gewenste grassen de ruimte innemen die het struisgras nu bezet. Dat vraagt om een doorlopende maar goed getimede bemestingsaanpak.
De jaarplanning voor gazonbemesting in Nederland
| Periode | Meststof | Dosering | Doel |
|---|---|---|---|
| Half maart – begin april | Langzaamwerkende minerale meststof (bijv. NPK 12-5-8) of organisch (bijv. DCM All-round) | 20–30 gram per m² | Voorjaarsstimulans, wortelvorming |
| Mei – begin juni | Eventueel bijsturen met stikstofrijke meststof bij schraalheid | 10–15 gram per m² | Dichtheid en kleur op peil |
| September (na verticutten/doorzaaien) | Startmeststof of organische meststof met fosfaat/kali | 20–25 gram per m² | Herstelperiode, wortelontwikkeling voor winter |
| Oktober – begin november | Kalirijke herfstmeststof (NPK bijv. 6-5-15) | 20–25 gram per m² | Winterhardheid, voorbereiding volgende seizoen |
Geef in de zomer (juni tot augustus) geen zware stikstofbemesting meer als het droog en warm is. Stikstof bij hitte en droogte verbrandt je gras en maakt het gevoeliger voor stress. Ik maak die fout zelf ook niet meer nadat ik een gazon van een klant door overbemesting in augustus bijna had omgelegd.
pH corrigeren: eerst meten, dan bekalken
Bekalken doe je nooit op de gok. Meet eerst de pH met een bodemtest. Ligt de pH onder de 5,8, dan bekalken. Ligt die tussen 6,0 en 6,5, laat het dan met rust. Boven de 7,0 ontstaan andere problemen (tekort aan sporenelementen). Kalk breng je bij voorkeur aan in het najaar, begin september tot half oktober, zodat het de winter door kan werken. Gebruik voor tuingazons doorgaans 100 tot 150 gram koolzure kalk (calciumcarbonaat) per vierkante meter bij een lichte correctie, tot maximaal 200 gram bij een pH onder de 5,5. Bij twijfel: herhaal de meting een seizoen later.
Organische meststoffen zoals compost of groencompost hebben een aanvullend effect op de bodemstructuur en het bodemleven. Ze verbeteren de buffercapaciteit van de bodem voor pH-schommelingen en verhogen het organische stofgehalte, wat op verdichte gronden heel nuttig is. Een laag van 1 tot 2 cm rijpe compost die je inharkt na verticutten werkt goed als bodemverbeteraar, maar verwacht er geen snelle bemestingswerking van.
Voorkomen dat struisgras terugkomt: onderhoudsroutine en valkuilen
Na een eerste herstelronde is het verleidelijk om achterover te leunen. Maar struisgras is persistent: de resterende stolonen en wortelstokken in de bodem kunnen al bij de eerste kale plek of stresssituatie opnieuw uitlopen. De beste preventie is een consequente onderhoudsroutine.
- Maai het hele seizoen op 4 tot 5 cm. Dit is de enkel meest effectieve preventieve maatregel. Hoger maaien geeft de gewenste gazongrassen een concurrentievoordeel.
- Maai nooit meer dan een derde van de graslengte per keer. Bij stress (droogte, hitte) kun je beter even wachten met maaien.
- Verticut jaarlijks, bij voorkeur in het voorjaar of najaar. Zo voorkom je dat er vilt ophoopt en stolonen ongestoord kunnen groeien.
- Bemest op het juiste moment, niet te laat. Stikstof na half september geeft een weelderige maar kwetsbare grasmat die slecht de winter in gaat.
- Dicht kale plekken direct. Elke open plek is een invitatie voor struisgras. Houd een zakje gazonzaad bij de hand en zaai kale plekken meteen in.
- Controleer de pH elke twee tot drie jaar. Bodems verzuren op termijn door regenwater, organisch materiaal en stikstofmest. Dat gaat langzaam maar zeker.
- Geef de grasmat in droge periodes water. Droogte verzwakt de gewenste grassen meer dan struisgras, dat beter met schrale omstandigheden omgaat.
De valkuil die ik het meest bij hobbytuinders zie: ze pakken het struisgras aan in het voorjaar, het gazon ziet er in juni prachtig uit, en daarna stopt de aandacht. In augustus vallen er kale plekken, en voor je het weet groeit het struisgras er de volgende zomer weer in. Consistentie wint het van een eenmalige grote actie.
Chemische vs niet-chemische opties: wat werkt praktisch in Nederland

Laat ik hier eerlijk over zijn: er is geen selectief herbicide op de Nederlandse markt voor particulieren dat struisgras doodt zonder de rest van je gazon te beschadigen. Struisgras is een gras, en gras-doodende middelen zoals totaalherbiciden (glyfosaat) doden je hele gazon mee. Selectieve herbiciden richten zich op breedbladige onkruiden, niet op grassoorten binnen een grasmat.
Wil je toch chemisch te werk gaan, dan is de enige optie het behandelen van ernstig aangetaste plekken met een totaalherbicide, die plekken kaal laten worden, en vervolgens opnieuw inzaaien. Dat werkt, maar het is destructief, kost meerdere weken herstel en heeft alleen zin als het struisgras meer dan 60 tot 70 procent van een bepaald stuk gazon inneemt. Check altijd eerst op de website van het Ctgb of een middel actueel is toegelaten voor gebruik in gazons/tuinen door particulieren in Nederland, want toelatingen veranderen.
In de praktijk is de niet-chemische aanpak effectiever en duurzamer voor hobbygazons. Verticutten, doorzaaien met stevig gazonzaad en goed bemestingsbeheer geven dezelfde resultaten zonder de risico's van totaalbehandeling. Ik heb zelf nog nooit een gazon hoeven kaal te spuiten waar de eigenaar bereid was twee seizoenen consistent te werken aan bodemconditie en maaigedrag.
| Aanpak | Effectiviteit | Risico's | Praktisch voor NL particulier |
|---|---|---|---|
| Verticutten + doorzaaien | Hoog, bij herhaling | Tijdelijk rommelig gazon | Ja, eenvoudig uitvoerbaar |
| Maaihogte verhogen | Middelmatig als losse maatregel, hoog als onderdeel van pakket | Geen | Ja, meteen toepasbaar |
| Bemesting + pH-correctie | Hoog op lange termijn | Schade bij verkeerde dosering/timing | Ja, met bodemtest |
| Totaalherbicide op deelplekken | Hoog voor ernstige aantasting | Tijdelijk kaal gazon, herwerk nodig | Ja, maar invasief en arbeidsintensief |
| Selectief herbicide | Niet beschikbaar voor grassoorten | N.v.t. | Niet beschikbaar voor hobbygebruik |
Jouw actieplan voor de komende weken en seizoenen
Om het overzicht helder te houden: dit is wat ik zou doen als ik nu, eind juni, struisgras in mijn gazon zou aantreffen.
- Nu direct: maaierhoogte instellen op 4 tot 5 cm en bij droogte de maaifrequentie verlagen.
- Nu direct: bodem-pH meten op aangetaste plekken.
- Juli en augustus: gazon niet zwaar bemesten, hooguit een lichte organische gift bij duidelijke schraalheid.
- Begin september: verticutten, uitgereden materiaal afvoeren (niet composteren), direct daarna doorzaaien met kwalitatief gazonzaad (roodzwenkgras/veldbeemdgras-basis).
- Half september: beluchten indien verdichting aanwezig, zand inwerken in gaatjes.
- Begin tot half september: bekalken indien pH onder 5,8, op basis van testuitslag.
- September/oktober: najaarsbemesting met kalirijke herfstmeststof (20 gram per m²).
- Volgend voorjaar (half maart – begin april): voorjaarsbemesting met langzaamwerkende NPK-meststof, maairegime direct goed instellen.
- Elk seizoen: kale plekken meteen inzaaien, pH elke twee à drie jaar controleren, verticutten jaarlijks herhalen.
Struisgras aanpakken is geen kwestie van één behandeling maar van het gazon structureel sterk maken. Zwenkgras en veldbeemdgras als dominante soorten in je gazon zijn de beste verdediging. Geef ze de condities die ze nodig hebben, en struisgras heeft vanzelf steeds minder plek om zich te vestigen.
FAQ
Hoe herken ik struisgras op een grasmat zonder het uit te graven?
Schuif een polletje opzij en kijk of je zichtbare uitlopers of wortelstokken vindt (stolonen of wortelstokken die terug in de zode liggen). Mos (meestal zonder uitlopers) en straatgras (Poa annua, zonder die uitlopersstructuur) geven een ander beeld. Let daarnaast op het verschil in maaibaarheid, struisgras veert vaak minder goed terug na maaien.
Wat is een handige vuistregel voor de juiste maaihoogte tegen struisgras?
Zet je maaien iets hoger dan bij een ‘golfgreen’-stijl. Struisgras profiteert van te lage maaifrequentie en te lage maaiverversing, zeker bij stress of verdichte plekken. Als je maait op het laagste instelbereik voor jouw type gazon, verhoog dan geleidelijk en consistent, en maai vaker met kortere intervallen.
Is na verticutten doorzaaien met hetzelfde gazonmengsel als vroeger altijd slim?
Niet per se. Je wilt een mengsel dat concurrentie levert op kale plekken, zonder juist te sturen op snel heropbouw door struisgras. Kies daarom bewust voor soorten die in jouw gebruikssituatie passen (bijvoorbeeld roodzwenkgras of veldbeemdgras als basis), en controleer dat het mengsel geen Agrostis-soorten in hogere hoeveelheden bevat.
Wanneer is het beste moment om struisgrasplekken opnieuw te beluchten en te bezanden?
Doe dit pas nadat je het vilt en de meeste bovenlaagverstoring hebt aangepakt, dus na verticutten. Wacht daarna een week tot twee weken zodat de zode rustig op gang komt, en voer het beluchten en zand in de gaten pas daarna uit. Bij extreem droge omstandigheden liever iets later, omdat een te droge grond de prikrollen kan ‘glad trekken’ en de gaatjes ondiep maakt.
Hoe weet ik of mijn bodem verdicht is, zonder meteen alle plekken te graven?
Let op praktische signalen, plasvorming na regen (lang blijven staan), een schroevendraaier of pennen die moeilijk dieper komen, en zichtbaar slechtere groei op betreden lijnen. Die combinatie is vaak een betere start dan willekeurig graven, want het zegt direct iets over water- en zuurstofinfiltratie.
Klopt het dat compost ook meteen voeding geeft tegen struisgras?
Compost helpt vooral als bodemverbeteraar, het ondersteunt bodemleven en verbetert de buffer tegen pH-schommelingen. Je moet niet verwachten dat het dezelfde snelle, gerichte bemestingswerking geeft als een bemestingsplan met pH- en nutriëntesturing. Zie compost daarom als aanvulling, niet als vervanging van doorzaaien en een kloppende bemestingsroutine.
Hoe vaak moet ik een bodemtest doen voor pH, zeker als ik bekalkt heb?
Meet na bekalken doorgaans opnieuw na een seizoen (of het daaropvolgende groeiseizoen), zeker als je eerder sterk moest bijsturen. Als je pH in het ‘rustgebied’ (ongeveer 6,0 tot 6,5) zat, is één meting per jaar of om het jaar vaak genoeg. Bij twijfel, meet opnieuw voordat je opnieuw kalk toevoegt.
Wat als mijn pH te hoog is, boven 7,0, dan kan ik toch beter niet bekalken?
Inderdaad, boven circa 7,0 ontstaan juist andere tekorten, zoals problemen met de beschikbaarheid van sporenelementen. Dan is bekalken juist niet de oplossing. In dat geval richt je je op bemestingskeuze en heroverweeg je de totale bodemstrategie, bijvoorbeeld met gerichte organische stofopbouw en het voorkomen van stress door verkeerde bemesting of verkeerde maaibeheersing.
Hoeveel struisgras is ‘te veel’ om te behandelen zonder totale afbraak?
Als het om kleine, lokale plekken gaat, is non-chemisch aanpakken meestal voldoende (verticutten, doorzaaien, onderhoud doorzetten). Een chemische totaalbehandeling met herinzaaien kan volgens de praktijk alleen zinvol zijn bij zeer sterke aantasting (vaak wanneer het richting meer dan 60 tot 70 procent van een stuk gazon gaat). In twijfel, evalueer eerst per vierkante meter en kies dan pas een strategie.
Mag ik struisgrasplekken wel wegsteken en herinplanten in plaats van het hele gazon te renoveren?
Ja, lokaal ‘stekken’ kan werken als je plekje goed afgebakend is en je vervolgens de grondconditie en doorzaai aanpakt. Maar het succes hangt af van verdichting en uitloopresten, als er onder de zode nog wortelstokken of stolonen overleven, kan terugkeer volgen. Combineer lokaal wegsteken met een korte herstelstrategie, zoals bijzaaien na verticutten of het creëren van betere concurrentie.
Hoe herken ik overbemesting in augustus, en wat moet ik dan doen?
Overbemesting zie je vaak als een gazon dat slapper aanvoelt, kwetsbaar is en sneller stresssignalen geeft bij warmte en droogte (sneller verbrand blad, ongelijk herstel na maaien). Bij zulke signalen stop je met zware stikstofgiften en richt je je op herstel via beluchting waar nodig, goed maaigedrag (niet te laag) en tijdig bijzaaien. Wacht niet tot het helemaal mislukt is, maar corrigeer meteen je bemestingsregime.
Welke fouten zorgen er meestal voor dat struisgras toch terugkomt na een goede actie?
De grootste fouten zijn stoppen na een eenmalige ingreep, te weinig consequent onderhoud (maaien en doorzaaien), en het niet structureel verbeteren van bodemconditie (pH, verdichting, voedingsevenwicht). Ook het gebruik van mengsels met te veel of verkeerde componenten, vooral met Agrostis als ‘snel dicht’-stuurmiddel, maakt terugkeer waarschijnlijk.
Kan ik struisgras bestrijden in de zomer als het warm en droog is?
Je kunt wel maatregelen doen, maar vermijd zware stikstofbemesting tijdens hitte en droogte. Doorzaaien kan wel, mits je de nieuwe plekken 2 tot 3 weken consistent vochtig houdt, dat is cruciaal voor ontkieming. Verticutten kan in de zomer alleen als je daarna snel en goed water kunt geven en je niet te veel stress toevoegt, het vroeg najaar is meestal de veiligere keuze.




